Digitalisering 
voor een
betere UU



Onderwijs voor generatie Z

Onderwijs met een IT-component, zoals videoclips, stemkastjes of digitale microscopie. Dat is wat de toekomstige student verwacht van het universitaire onderwijs. “De jongeren die nu op de middelbare school zitten, vormen de generatie Z. Zij zijn opgegroeid met smartphone, tablet en het digibord”, zegt Jan Haarhuis, programmamanager Educate-it. Binnen dit programma, dat in 2014 van start ging, wordt onder meer geëxperimenteerd met en onderzoek gedaan naar verschillende nieuwe IT-hulpmiddelen in het onderwijs. “

 

De toekomstige student weet niet beter dan dat je sommen en dictees oefent op de computer. Op de middelbare school maken ze al multitaskend hun huiswerk: ze switchen van boek naar internet naar de WhatsAppgroep met klasgenoten waar ze de antwoorden vinden op de vragen die vroeger bij de leerkracht terecht kwamen.”

 

Het universitair onderwijs moet aansluiten op die werkelijkheid om aantrekkelijk te blijven, zegt Haarhuis. Het klassieke hoorcollege waar docenten twee keer drie kwartier de stof uit een boek behandelen en deze met voorbeelden larderen, zullen de middelbare scholieren wellicht ouderwets vinden. Hij verwacht dat de komende jaren het onderwijs met digitale hulpmiddelen, het zogeheten blended learning, een grote vlucht gaat nemen.

 

Studenten zullen steeds vaker thuis de stof moeten bestuderen die nu voorbij komt in het klassieke hoorcollege. Dat kan door video’s of kennisclips te bekijken waarin een docent de materie uitlegt waarbij hij gebruik kan maken van animaties, simulaties of proeven. “Die visualisatie kan helpen om moeilijke stof makkelijker te begrijpen. Docenten kunnen in de clip ook opdrachten geven die daarna tijdens het college worden behandeld. Uit onderzoek blijkt dat dit resulteert in dieper leren.”

 

Doordat studenten via video’s en kennisclips een groot deel van de theorie leren, kunnen de contacturen worden gebruikt om de kennis te verwerken en toe te passen aan de hand van concrete voorbeelden uit de praktijk. Haarhuis: “Het biedt studenten ook de mogelijkheid om door middel van discussie met de docent tot academische verdieping te komen. De docent krijgt meer mogelijkheden om zijn passie voor het vak over te brengen en echt lastige vraagstukken te bespreken.”

 

Alleen kennis overdragen volstaat niet meer voor de generatie die later deze eeuw de arbeidsmarkt opgaan. “Het onderwijs moet zich richten op de competenties en vaardigheden die deze generatie nodig heeft als toekomstig werknemer.” Deze vaardigheden worden ook wel de 21st century skills genoemd. De toekomstige student moet meer nog dan de huidige zijn creativiteit en sociale vaardigheden ontwikkelen. “Ze moeten kunnen innoveren, communiceren, samenwerken. Ze moeten problemen kunnen oplossen, flexibel zijn en leiderschap kunnen tonen.”

 

De laatste jaren worden al stappen gezet om het onderwijs meer blended te maken. Studenten maakten al kennis met stemkastjes waarmee ze via hun smartphone of ander device op een stelling van de docent kunnen reageren. En met serious gaming: door middel van videospellen oefenen studenten bijvoorbeeld gesprekken met virtuele patiënten of cliënten. Met de start van het programma Educate-it werd aan deze vernieuwingen een slinger gegeven met als voorlopig technisch en didactisch hoogtepunt de oplevering van de digitale toetszaal in De Uithof. 

Onderzoek en de IT-wereld

Een grote data-opslagplaats, sterke rekencomputers, digitale labs, de laatste technologieën voor het analyseren van data, veilige cloud-toepassingen, en onderzoekers die op mobiele apparatuur overal en op elk tijdstip op dezelfde manier kunnen werken. Het zijn slechts enkele zaken waar de universiteit in de toekomst over zal beschikken. De ontwikkelingen op IT-gebied gaan heel hard, beaamt Ton Smeele, datamanagementspecialist bij de Directie ITS. “Het is mijn taak om te begrijpen hoe je met onderzoeksdata moet omgaan en hoe onderzoekers daarin gefaciliteerd kunnen worden.”

 

Eén van de zaken waaraan de UU werkt, is om gigantische hoeveelheden data te ‘managen’. “Volgens de gedragscode moet data minimaal tien jaar bewaard blijven en hergebruikt kunnen worden door andere onderzoekers. Daarvoor moeten niet alleen de ruwe data bewaard blijven, maar ook de programma’s waarmee je die data kan lezen en analyseren.” Hij geeft een simpel voorbeeld: “De data van de maanlanding van 1969 zijn goed bewaard, maar ze zijn niet meer te ontcijferen. Het is als het openen van een Word Perfect document in de nieuwste versie van Word.” Dat kennis over datamanagement belangrijk is, blijkt uit de voorwaarden voor onderzoekaanvragen: “De financier wil tegenwoordig vooraf weten hoe je je data gaat bewaren. Met die paragraaf helpen wij de onderzoeker.”

 

Ook het virtuele lab bestaat al. “Het wint aardig terrein op het ‘natte’ laboratorium. In het digitale lab doet een onderzoeker een proef en gaat er verder mee aan de slag achter zijn computer.” Wat er tijdens een proef gebeurt, moet volgens bepaalde regels worden vastgelegd in een labjournaal. “Dat doen de onderzoekers nu via hun tablet. We hebben met de faculteiten een tool geselecteerd waarmee het logboek op juiste wijze is bij te houden en te bewaren.”

 

Een grote stap voorwaarts is gemaakt met het opslaan van gevoelige data. Voor de onderzoekers van het Utrechtse Kinderkenniscentrum heeft Research IT een grootschalige onderzoeksdata-infrastructuur ontwikkeld genaamd Yoda (Youth Data). Het Kinderkenniscentrum volgt tien jaar lang zesduizend opgroeiende kinderen. “Onze wetenschappers werken voor dit onderzoek samen met het UMC Utrecht en andere universiteiten. We moeten de data zo bewaren, dat iedereen bij bepaalde data kan én dat in de toekomst ook nieuwe vragen losgelaten kunnen worden op de verzamelde gegevens." Een dergelijke datarepository wordt nu ook gemaakt voor het strategische thema Institutions en voor de onderzoeksgroep GeoHealth waarbij onderzoek gedaan wordt naar gezondheid en omgeving. 

UU’ers in cyberspace

Werken waar, waarmee en wanneer je maar wilt. Dat is de toekomst voor studenten en medewerkers van de Universiteit Utrecht. Of ze nu binnen of buiten de muren van de UU verblijven, ze moeten altijd kunnen werken en studeren met de programma’s waarmee ze gewend zijn te werken.

 

Op 1 september 2015 werd een mijlpaal bereikt, zegt adjunct-directeur van de Directie ITS René den Houting. Sinds die tijd kunnen studenten van economie, diergeneeskunde, psychologie en een aantal bèta-opleidingen alle speciale onderwijsapplicaties die ze nodig hebben voor hun studie gewoon ergens in de cloud van de Universiteit Utrecht vinden. Inloggen met je UU-mailadres en het lijkt alsof je achter een PC in de computerleerzaal van je opleiding zit. “De service wordt geleidelijk uitgebreid totdat alle studenten beschikken over deze dienst”, zegt Den Houting.

 

Ook voor de werknemers van de universiteit zal de tijd aanbreken dat zij al hun software uit de cloud kunnen halen en niet meer gebonden zijn aan een universitaire PC zoals nu het geval is. “In de afgelopen twee jaar hebben we al flinke stappen in die richting gezet met de flexibele print- en kopieeroplossing met multifunctionals en met het aanbieden van cloud-toepassingen als Surfdrive en Office 365. We gaan van one size fits all – een computer met een standaard aantal programma’s - naar flexibel en veilig werken vanuit de cloud.”  

digitalisering-voor-een-betere-uu-2

 
10/29
Klik op het menu voor inhoud en andere functies.

Gebruik de pijlen aan de zijkant om door het magazine te bladeren.
Loading ...