‘Academicus kan
veel toevoegen 
in digitale tijdperk’

De digitalisering van de samenleving zorgt voor veel veranderingen. Robots en computers nemen werk over dat nu nog door mensenhanden wordt gedaan. Om een plek op de arbeidsmarkt te veroveren, moeten jongeren eigenschappen ontwikkelen die robots en computers niet hebben.

scroll to read more 



Tekst: Dorien Vrieling  I  Foto: Ivar Pel

 

Maarten Goos is sinds september 2015 hoogleraar Institutions & Economics bij de faculteit Recht, Economie, Bestuur & Organisatie. Hij doet onder meer onderzoek naar de invloed van de digitale revolutie op de samenleving en kijkt daarbij in het bijzonder naar de verandering die digitalisering teweegbrengt op de arbeidsmarkt.

“Routinematig werk als dat van automonteurs en kantoorbedienden zal voor een groot deel verdwijnen”, zegt hij. “Dat is werk dat goed door robots kan worden overgenomen.” Laagopgeleiden zoals obers en schoonmakers en hoogopgeleiden als managers en journalisten hebben meer geluk. “Hun werk valt niet zo gemakkelijk in regeltjes te vatten, je kunt het niet in computertaal omzetten.” De hoger opgeleide heeft met zijn kennis en analytische vaardigheden juist veel toe te voegen. “Digitalisering stelt scherp welke vaardigheden op de arbeidsmarkt gevraagd worden. De mens moet zich specialiseren in de dingen die computers niet kunnen.”

Om aansluiting te houden bij de arbeidsmarkt, moet de universiteit meer rekening houden met het bedrijfsleven. “Er is nu een discrepantie tussen het aanbod van universiteiten, en wat bedrijven vragen. Het feit dat Google een eigen campus is begonnen, zegt genoeg: dan laat je als universiteit een steek vallen.” Bedrijven hechten in deze digitale tijd veel waarde aan ‘niet-cognitieve vaardigheden’, zegt hij. Verantwoordelijkheidsgevoel, teamspirit en doorzettingsvermogen - zaken waar bedrijven nieuwe werknemers op testen en vaardigheden waarmee de mens zich onderscheidt van de computer. “Terwijl aan de universiteit de focus juist erg op cognitieve vaardigheden ligt.”  

Onderwijsinstellingen moeten zich dan ook aanpassen, meent Goos. Studenten moeten interdisciplinair geschoold worden; de verdeling van opleidingen in alfa-, bèta- of gamma-opleidingen is overbodig geworden. “De universiteit moet het economische-, het maatschappelijk-culturele- en het persoonlijke ontwikkelingsperspectief gaan verenigen. De universiteit moet jongeren voorbereiden op kritische participatie in het maatschappelijke en culturele leven en hen persoonlijke ontplooiing en talentontwikkeling bieden.”

Soms botsen die competenties met de onderwijsvisie van docenten, weet hij. Die vragen zich af of het afschaffen van bepaalde vakken niet leidt tot een lager kennisniveau. Toch zullen docenten zich niet afhoudend moeten opstellen, zegt hij. “Er is geen hervorming zonder vorming van docenten.”

Goos roept docenten op om met een frisse blik naar nieuwe methoden te kijken. Ook al is dat soms veel gevraagd, want dat beseft hij best: “Mijn ervaring is dat het voor oudere docenten soms moeilijk is om mee te gaan met innovaties. Je moet ze de tijd geven. Heterogeniteit tussen docenten is er altijd geweest, en dat is niet erg. Voor studenten is het ook leerzaam om geconfronteerd te worden met zowel vooruitstrevende, als minder progressieve docenten.”

Maarten Goos doet onderzoek naar de arbeidsmarkt. Hij houdt een blog bij waarin hij zijn lezers wegwijs maakt over Economic (non)sense.

interview-maarten-goos

 
7/29
Klik op het menu voor inhoud en andere functies.

Gebruik de pijlen aan de zijkant om door het magazine te bladeren.
Loading ...